Ik zit in de bus naar eindhoven, eindbestemming Amsterdam. De vaste route door Eersel leidt mij en een aantal anderen reizigers langs het plaatelijke bejaardenhuis, of chiquer uitgedrukt: Het verzorgingstehuis. Een groot grijs gebouw met oranje luifels. Net zo aftands als het naambord dat de mistroostige naam “de Wiekenborg” als een grote last op zijn rug draagt. Gemeentelijke ambtenaren schromen er niet voor om namen als “Ochtendgloren”, “Den en Rust”, “De Oldenborgh” goed te keuren bij de bouw van het zoveelste verzorgingstehuis.
Het achtervoegsel “–borgh” wordt naar mijn mening alleen gebruikt in combinatie met dit soort flats. Zou “borgh” stiekem betekenen: Een plek waar men onbruikbare restanten van de maatschappij scheidt? Of is borgh een andere naam voor die machine die achterin een donker kamertje staat, waaruit nooit eerder iemand levend is teruggekeerd behalve de van plezier gillende getikte verpleegster?
Verzorgingstehuizen zijn er 13 in een dozijn. Allemaal dezelfde oude teringzooi. Ik vraag mezelf altijd af of de 4 hooggebouwde verzorgingstehuizen zo hoog zijn zodat de bewoners dichterbij de hemel zijn waardoor de oversteek dan makkelijker is? Meteen rijst de vraag in me op of er ook handige toegansluiken in de plafonds zitten. Alles om ze eerder de pijp uit te laten gaan. Klinkt misschien oneerbiedig, maar waarom bouwt met direct ernaast dan een mortuarium? Een mortuarium waarvan de wegwijzer ernaartoe in het directe zicht hangt van de bewoners? Om ze de weg te wijzen naar waar het pad des leven stopt geasfalteerd te zijn, wanneer ze snachts slaapwandelend in japons met het gebit nog op het nachtkastje verdwaald zijn? Of om duidelijk te maken dat de grijze stoomtrein waarin ze zitten met een moordvaart de eindbestemming nadert?
Gewoon hopen dat je daar nooit eindigt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten